De muntschat van Beegden

Roerige tijden #

Aan het einde van de Romeinse aanwezigheid in onze streken was het gedaan met de relatieve rust en veiligheid. Als er gevaar dreigde verstopte men geld en andere waardevolle spullen in de grond. Ze werden niet altijd weer opgehaald door de eigenaar. Zo zal het ook gegaan zijn met de muntschat van Beegden.

De muntschat #

Om Limburg te beschermen tegen overstromingen van de Maas heeft de Rijkswaterstaat langs het Lateraal Kanaal een overstroomgebied ingericht, het zogenaamde retentiebekken. Bij de graafwerkzaamheden werden aan de Eerdweg in Beegden voorwerpen uit de Romeinse tijd aangetroffen. In één kuil vond men 35 bronzen munten en één bewust geknipte munt.
Op drie munten stond de beeltenis van Valentianus III, die keizer was van 425 tot 455. Op grond daarvan constateren archeologen dat de muntschat op z’n vroegst, na 425 n. Chr. in de grond terecht is gekomen.

Rondreizende smid #

Bij de munten vond men ook stukjes brons, koper en blik. Archeologen denken daarom dat ze daar verstopt zijn door een rondreizende koper- of brons smid. De munten lagen zo dicht bij elkaar dat ze vermoedelijk in een leren of linnen buideltje zaten.

Bijzondere vondst #

Binnen de grenzen van de gemeente Maasgouw zijn tot nu toe alleen losse munten uit de Romeinse tijd gevonden, maar nog niet eerder zo’n verzameling munten. De muntschat is daarom, voor Maasgouw, een zeer bijzondere vondst.